6 Ocak 2011 Perşembe

GENOOMSTUDIES ONTKRACHTEN HET BEDROG VAN ''DE TOEVALLIG ONTSTANE EERSTE CEL''

Volgens de wetenschappelijk ongegronde beweringen van de evolutietheorie zijn er, toen er nog geen leven bestond, niet-levende stoffen toevallig samengekomen en op die manier het eerste levend organisme gevormd. Volgens deze evolutionistische bewering is het noodzakelijk dat het eerste levend organisme een zodanig simpele bouw heeft dat het toevallig kan ontstaan.

Maar de darwinisten KUNNEN ZELFS NIET VERKLAREN HOE EEN ENKEL EIWIT TOT STAND IS GEKOMEN.

Het feit dat één enkel eiwit niet op zichzelf kan ontstaan, weerlegt reeds al de uitgangspunten van de evolutietheorie helemaal. Maar zelfs als we even aannemen dat deze onmogelijkheid toch is gebeurd, zien we dat “de primitieve cel” van in de beweringen van de darwinisten, de kans dat het leven vanzelf ontstond, ontkracht met veel duidelijker bewijzen. De informatie die in de 21ste eeuw verstrekt wordt door de wetenschap toont aan dat zelfs het levend wezen waarvan men kan zeggen dat het de eenvoudigste structuur heeft, eigenlijk zeer complex is en daarom onmogelijk toevallig en vanzelf kan ontstaan.

Deze informatie wordt verstrekt door genoomstudies. Wetenschappers vertrokken van het uitgangspunt dat de levende wezens met het kleinste genoom (Archaea en Eubacterien) het minst complex waren en hebben de kans berekend dat deze levende wezens toevallig en vanzelf kunnen ontstaan. Het is belangrijk om te vermelden dat deze levende wezens dan ook door de wetenschappers beschouwd worden als de oudste levensvormen op aarde.

De genoomstudies hebben aangetoond dat het minimaal aantal eiwitten dat noodzakelijk is voor het leven, tussen 250 en 450 moet zijn.[1] Dus het minimum aantal van verschillende eiwitten die op hetzelfde moment moeten samenkomen om de wezenlijke eigenschappen van de cel te vormen en om de fundamentele functies te volbrengen die noodzakelijk zijn om in leven te blijven, is tussen 250 en 450.

Er moet ook duidelijk gemaakt worden dat het minimum aantal eiwitten van 250-450 geldt voor parasitaire micro-organismen. Het minimum aantal eiwitten dat een organisme nodig heeft om onafhankelijk van een ander organisme te leven, is ongeveer 1500. Dus de darwinisten moeten de 1500 eiwitten die noodzakelijk zijn voor het ontstaan van een enkele werkzame cel, elk apart verklaren. Maar om het nogmaals te laten herinneren: de darwinisten kunnen zelfs niet verklaren hoe één enkel eiwit vanzelf kan ontstaan.

De kans dat de tussen de 250 en 1500 eiwitten die nodig zijn om een organisme als levend te kunnen beschouwen, toevallig, op hetzelfde moment en op dezelfde plaats ontstaan, is verder dan onmogelijk. De kansberekeningen over het onderwerp worden weergegeven in onderstaande tabel:

Minimum Aantal Eiwitten[2] Kans dat Deze Tezelfdertijd Ontstaan
250 1018 750
350 1026 250
500 1037 500
1,500 10112 500
1,900 10142 50


Zoals te zien is in bovenstaande tabel, is de kans dat een organisme met het kleinst aantal eiwitten toevallig ontstaat, 1 op 1018 750. (Om te kunnen begrijpen hoe groot dit getal is, is het nuttig zich om te realiseren dat het aantal atomen in het heelal 10 tot de 78ste is.) Dus een dergelijke kans bestaat niet. De evolutionisten willen ondanks al deze berekeningen en de wetenschappelijke gegevens, nog steeds hardnekkig geloven dat het onmogelijke gebeurd is. De enige reden voor deze hardnekkigheid is dat ze volhardend zijn om het bestaan te ontkennen van Almachtige Allah (God) Die alles uit het niets geschapen heeft.

De kansberekening van Morowitz

De bovenstaande kansberekeningen zijn ook consistent met de berekeningen van de biofysicus Harold Morowitz. Morowitz vertrok van het uitgangspunt dat de E. coli bacterie al haar chemische bindingen breekt en dat zo de samenstellende atomen vrijkomen en berekende de kans dat deze atomen terug vanzelf samenkomen en opnieuw de E. coli bacterie vormen. In dit theoretisch experiment zijn alle nodige atomen in de nodige hoeveelheden aanwezig op die plaats en wordt verondersteld dat er geen enkel atoom van buiten, dit experiment gaat beïnvloeden. Hij heeft geconcludeerd dat hoewel al de nodige atomen zich in de nodige hoeveelheden bevinden in de meest geschikte omgeving, ze een kans hebben van een op 10100 000 000 000 om op een bepaalde manier samen te komen en opnieuw de E. coli bacterie vormen.[3] Deze kans is verder dan onmogelijk. Een dergelijk getal toont aan dat nog niet de minst complexe bacterie vanzelf kan gevormd worden als zelfs alle voorwaarden en stoffen samengebracht worden.

Voor het ontstaan van leven is het ook niet genoeg dat enkel een toereikend aantal eiwitten gevormd worden

Laten we veronderstellen dat we een aantal eiwitten in handen hebben dat genoeg is voor leven. Zelfs het bestaan van deze eiwitten die onmogelijk op een of andere manier gevormd kunnen worden, IS NIET GENOEG VOOR HET ONTSTAAN VAN EEN ENKELE CEL. Microbiologen en biochemici vermelden duidelijk dat de organisatie van deze eiwitten binnen de cel ook zeer belangrijk is en dat deze anders nergens toe kunnen dienen. Bovendien bevat de cel, zoals de darwinistische wetenschappers ook zeer goed weten, organellen die de eiwitten synthetiseren en het DNA dat een schitterende databank is en is ze veel complexer dan de eiwitten. Een levende cel is enkel mogelijk wanneer al deze structuren tegelijk op een consistente manier georganiseerd worden en met eenzelfde bewustzijn handelen. Dit is het fundamenteelste feit dat het darwinisme teniet doet.

Tot halverwege de jaren 1990 was niet bekend dat de bacteriën een prachtige inwendige organisatie hebben. Maar nu weet men dat de eencellige protozoa een (eukaryote) kern, organellen, membraansystemen, een cytoskelet, een groot aantal innerlijke afdelingen en stoffen die op moleculair niveau de inhoud van de cel organiseren, bevatten.[4] Al deze systemen zijn buitengewoon complex. Ze kunnen niet onafhankelijk van elkaar werken.

Conclusie

Zoals te zien is uit deze informatie, hebben de microbiologie, de biochemie, de genoomstudies, of kort gezegd: de wetenschappelijke ontdekkingen van de tweede helft van de 20ste eeuw en de 21ste eeuw, de beweringen van de evolutietheorie ontkracht. Deze wetenschappelijke conclusies hebben duidelijk gemaakt dat het darwinisme absoluut ver staat van de realiteit en bestaat uit onwetenschappelijke beweringen. De bewering van een “heel eenvoudige eerste levend organisme” van de evolutionisten, is weerlegd door de wetenschap. Zelfs het minimum aantal eiwitten en de minimale complexiteit die nodig zijn om een organisme te laten leven, zijn zo complex en bezitten een zodanig prachtige organisatie dat deze niet verklaard kunnen worden met de beweringen van toeval van de darwinisten. Als we al deze complexiteiten terzijde laten, vernietigt zelfs het bestaan van één enkele cel de evolutietheorie.

Dat het leven uit het niet is geschapen met de oneindige Intelligentie, Kennis en Macht van Allah, is een zeer duidelijk feit. Dit feit dat heel duidelijk is voor het verstand en het geweten, wordt vandaag ondersteund met talloze wetenschappelijke gegevens.

Onze Almachtige Heer openbaart in de Koran het volgende over Zijn weergaloze schepping:

Wondere Schepper van de hemelen en aarde. Wanneer Hij iets besluit, zegt Hij slechts: "Wees" en het wordt. (Soera el-Baqarah, 117)


[1] Jack Maniloff, “The Minimal Cell Genome:’On Being the Right Size’,” Proceedings of the National Academy of Sciences, USA 93 81996), pp. 10004-10006; Mitsuhiro Itaya, “An Estimation of Minimal Genome Size Required for Life,” FEBS Letters 362 (1995), pp 257-260; Rana and Ross, Origins of Life, p. 163
[2] Rana and Ross, Origins of Life, p. 163
[3] Robert Shapiro, Origins: A Skeptic’s Guide to Creation of Life on Earth (New York:Bantam Books, 1986), p. 128; Rana and Ross, Origins of Life, p. 164
[4] Lucy Shapiro and Richard Losick, “Protein Localization and Cell Fate in Bacteria,” Science 276 (1997), pp.712-718; Rana and Ross, Origins of Life, p. 166

HET BEDROG OMTRENT MUTATIES

Uit het interview met Dhr. Adnan Oktar op 5 december 2009 op Kral Karadeniz en Kanal Urfa

ADNAN OKTAR:Waar is het gezien dat een mutatie verfijnde wezens voortbrengt? Zij beweren dat de mutatie bijvoorbeeld ineens een zeer betekenisvolle en mooie oog maakt. Ze kijkt ernaar en ziet dat er rechts een, maar links geen is. De mutatie zegt: ik zal daar ook een maken, het moet symmetrisch, volledig en behoorlijk fijn zijn. Ze maakt bijvoorbeeld eerst een enkel oor. Ze vindt het niet goed en zegt: dit past niet bij de opvatting van de mutatie, als ik er rechts een maak, moet ik er ook links een maken. Ze maakt de rechterhersenkwab en zegt: het is niet symmetrisch, het is ongepast, ik zal daar ook een maken. Ook bij de voeten maakt de mutatie eerst een en zegt ze: die man zal niet kunnen stappen met een voet. Ik zal links ook een maken. Het is schandalig, hoe kan een mens deze schande niet inzien. Als er sprake is van symmetrie, esthetica en gulden snede, kan men dan nog spreken van mutaties? Er is bovendien een technische fijnheid, we bekijken in onze hersenen een driedimensionale, kleurrijke wereld, ondanks dat er buiten geen kleuren zijn. Welke televisiefabriek heeft de beeldkwaliteit van in de hersenen bereikt? De technologie heeft deze 3-dimensionale kwaliteit nog niet geëvenaard. Er zijn twee kleine camera’s uit vlees, twee dunne zenuwen en een stukje hersenvlees. Honderdduizenden ingenieurs werken dag en nacht, maar kunnen die technologie niet bereiken. Maar mutaties hebben dit hoe dan ook bereikt. Kijk het menselijk verstand kan deze hoge technologie, kwaliteit en pracht niet evenaren, maar zij zeggen dat mutaties dat gemaakt hebben. Ze heeft bovendien besloten om het in kleur te tonen. De hersenen zeggen: er is buiten geen licht, we zien duisternis, wat moeten we met duisternis? Ze doen beroep op mutaties. Mutaties antwoorden: we zullen dan licht scheppen, het beeld zal helder worden. Oké, zeggen de hersenen, er is nu wel licht, maar het beeld is zwart-wit. We willen kleur. Mutaties gaan meteen akkoord en zeggen: we zullen een beeld in kleur maken. De hersenen zeggen: maar dit is eendimensionaal, dat willen wij niet. Ze antwoorden: dan zullen we het driedimensionaal maken. Ze zeggen dat het beeld omgekeerd op het oog valt. De mutatie zegt: ik zal het rechtzetten, geen probleem. Het beeld valt omgekeerd en wij zien het recht. Hetzelfde voor het oor. Buiten zijn er geen geluiden, maar trillingen. Het oor zegt: ik hoor niets, er is geen geluid. De mutatie zegt: ik zal je dan een bewustzijn teweegbrengen, waarmee je geluid zal horen. Toevallig. Je zult muziek horen, je zult gesprekken horen. Er zijn buiten bijvoorbeeld citroenen, sinaasappels en rozen. De neus zegt: ik kan niet ruiken. Ik wil graag een mutatie. Als je zo een enorme scheppingskracht hebt, stel mij dan in staat om rozen te ruiken. Ze zegt ja meneer, ontwikkelt een prachtig ruiksysteem in beide neusvleugels en zorgt ervoor dat de hersenen dat waarnemen. Ze brengt de geur naar de hersenen, maar die zeggen: we hebben geen verstand van wat je nu brengt. Ze antwoordt: dan zal ik jullie eens stevig laten muteren. Ik zal hier een echte darwinmutatie doorvoeren, jullie zullen rozen, anjers, lelies en tulpen heel mooi kunnen ruiken. Ze zeggen dat ze niet kunnen denken. Ze antwoordt: oké, ik zal jullie zodanig laten evolueren, dat jullie zich zelfs jullie kinderjaren zullen herinneren, jullie zullen een geheugen hebben en wiskundeproblemen kunnen oplossen. Ik zal dit alles doen, maar wacht even, wees geduldig. De mutatie doet dit alles perfect. Is het nu niet betreurenswaardig dat kinderen in 2009 dit sprookje gaan vertellen op straat met een banner in hun handen? Er zijn hier nul bewijzen voor, er zijn juist miljoenen bewijzen voor de schepping, maar toch kunnen we het hen niet uitleggen. Dit is een wonder.

WAT EVOLUTIONISTEN ZEIDEN, WAT DAARNA GEBEURD IS

Darwinisten doen een sensationele bewering om de mensen te misleiden, wanneer dan uitkomt dat ze fout is, praten ze daar niet meer over en gaan ze op zoek naar een ander bedrog. Ziehier de sensationele beweringen van de darwinisten en hun eigen bekentenissen van bedrog

Piltdown-mens:

Wat hadden ze gezegd:

De bekende Amerikaanse paleoantrolopoloog H. F. Osborn zei in 1935 tijdens zijn bezoek aan de British Museum: “de natuur zit vol verrassingen; dit is een belangrijke vondst over de voorgeschiedenis van de mens. (Stephen Jay Gould, “Smith Woodward’s Folly”, New Scientist, 5 april 1979, blz. 44.)

Wat er gebeurd is:

Le Gros Clark, lid van het team dat het bedrog aan het licht gebracht heeft, zei:”De bewijzen van kunstmatige schuring sprongen meteen in het oog. Ze zijn zo duidelijk dat men zich moet afvragen: hoe kan het zijn dat ze voordien aan de aandacht ontsnapt zijn?” (Stephen Jay Gould, “Smith Woodward’s Folly”, New Scientist, 5 april 1979, blz. 44.)

F. Clark Howell“In 1953 werd ontdekt dat de Piltdown-mens niets meer was dan apenkaak vastgemaakt aan een menselijke schedel. Dit was een doelbewuste vervalsing. Ze aanvaardden noch dat de kaak van een aap was, noch dat de schedel van een mens was. In plaats daarvan, verklaarden ze dat beide stukken toebehoren aan een tussenvorm tussen aap en mens. Ze zeiden dat het 500.000 jaar oud is, gaven het een naam (Eoanthropus Dawsoni of “Dawsons Dawn-mens”) en schreven er ongeveer 500 boeken over. Deze “vondst” heeft de paleontologen gedurende vijfenvijftig jaar voor de gek gehouden.” (Howell, F. Clark, Early Man, NY: Time Life Books,1973. Blz.24-25)


Nebraska-mens:

Wat hadden ze gezegd:

“Nebraska-mens – de aap van de Westelijke wereld” (The New York Times, Sept. 17, sect. 7, p. 1, 1924)

Wat is er gebeurd:

Het is bewezen dat de tand van de Nebraska-aap toebehoort aan wild zwijn. (The New York Times, Feb. 20, blz. 1)


Coelacanth:

Wat hadden ze gezegd:

Darwinisten zeiden dat hij een tussenvorm was met longen en voeten in vorming, die op het punt stond om uit de zee naar het land te komen.

Wat is er gebeurd:

“Met de vondst van Latimeria (Coelacanth), ontstond de hoop dat men directe informatie zou verkrijgen over de overgang van vissen naar amfibieën… Maar uit onderzoeken verricht over de anatomie en fysiologie van Latimeria bleek dat dit vermoeden van een relatie, slechts een wens was en dat het voorstellen van Coelacanth als een overgangsvorm, nergens op steunde.


Lucy:

Wat hadden ze gezegd:

Darwinist Berhane Asfaw van de Universiteit van Californië: “We hebben zonet de ketting van evolutie gevonden, de continuïteit door de tijd!”

“Een vorm is geëvolueerd in een ander. Dit is een bewijs voor de evolutie op een plaats door de tijd”

Wat is er gebeurd:

In mei 1999 plaatste Science et VieLucy op de cover. In het artikel genaamd “Adieu Lucy” (Vaarwel Lucy) staat: “… dat apen van de soort Australopithecus niet de oorsprong van de mens vertegenwoordigen.”

Albert W. Mehlert (evolutionist en onderzoeker paleoantropologie): “Bovenstaand bewijs toont dat Lucy niets anders was dan een dwergchimpansee en dat ze op dezelfde manier stapte (incidenteel onkundig rechtop, maar doorgaans op haar vier poten). Het “bewijs” voor de vermeende transformatie van aap tot mens is helemaal niet overtuigend.”


Ida:

Wat hadden ze gezegd:

Science Daily:“buitengewoon”.

Sky News: “achtste wereldwonder”

Darwinist David Attenborough: “dit wezen zal ons het verband tonen tussen ons en de andere zoogdieren”, “de schakel waarvan gezegd werd dat ze ontbrak, ontbreekt niet meer”.

Wat is er gebeurd:

Darwinist Christopher Beardvan het Carnegie Museum van Pittsburgh:

“onzin”

Darwinist Elwyn Simons van de Duke University:

“Dit is absurd en heel gevaarlijk. Ida… IS HELEMAAL GEEN ONTBREKENDE SCHAKEL. ZE STELT VOOR DE EVOLUTIE EEN IMPASSE VOOR.”


De embryotekeningen van Haeckel:

Wat hadden ze gezegd:

Haeckel:Tijdens zijn snelle ontwikkeling herhaalt een individu de belangrijkste vormelijke veranderingen die zijn voorouders doormaakten tijdens hun lange en trage evolutie door de geschiedenis.

Wat is er gebeurd:

De bekentenis van Haeckel over zijn eigen vervalsingen: “Na deze compromitterende bekentenis van “vervalsingen” moet ik mijzelf als schuldig en vernederd zien, als ik niet de troost had gehad om in de gevangeniscel honderden medebedriegers te zien, waaronder vele vertrouwde observatoren en uitgelezen biologen. De grote meerderheid van alle diagrammen in de beste biologieboeken, verhandelingen en rapporten zijn in dezelfde mate bedrog, want zij zijn alle niet exact, en in meer of mindere mate uitgedokterd, geschematiseerd en geconstrueerd.” (Francis Hitching, The Neck of the Giraffe: Where Darwin Went Wrong, New York: Ticknor and Fields 1982, blz.204)


Paardseries:

Wat hadden ze gezegd:

Darwinist Bruce J. McFadden: De fossiele bewijzen die de vertakte familieboom van de Equidae ondersteunen, tonen dat paardenfossielen nuttig zijn geweest om de evolutie te begrijpen.

Darwinist W. D. Matthew: het geologisch archief over de familieleden van het paard is een van de klassieke voorbeelden van evolutie. (W. D. Matthew The Evolution of the Horse: A Record and Its Interpretation”, The Quarterly Review of Biology, 1(2):139-185.)

Wat is er gebeurd:

Evolutionist Boyce Rensberger: Het populaire voorbeeld van de ontwikkeling van het paard suggereert een reeks geleidelijke veranderingen van een viertenig wezen ter grote van een vos, dat 50 miljoen jaar geleden leefde tot het huidige veel grotere eenhoevige paard, het is al lang bekend dat dit niet klopt. In plaats van een geleidelijke evolutie, verschijnen de fossielen van elk soort volledig apart, ze blijven onveranderd en sterven dan uit. Er zijn geen overgangsvormen bekend.

Evolutionist en paleontoloog Dr. Colin Patterson (een van de beheerders van het Britse Natural History Museum): Er zijn verschrikkelijk veel verhalen, sommige nog fantasierijker dan andere, over wat de aard van de geschiedenis (van het leven) nu werkelijk is. Het bekendste voorbeeld, dat nog steeds beneden bekeken kan worden, is dat van de evolutie van het paard, dat ongeveer vijftig jaar geleden is samengesteld. Dat is boek na boek als de letterlijke waarheid gepresenteerd. Nu denk ik, dat het jammer is, vooral als de mensen die dit soort zaken presenteren, zichzelf bewust zijn van het speculatieve karakter van dit soort verhalen.


Archaeopteryx:

Wat hadden ze gezegd:

Pat Shipman:[Archaeopteryx] is meer dan het mooiste fossiel op aarde, het is een icoon - een heilige relikwie van het verleden, die is uitgegroeid tot een krachtig symbool van het evolutieproces zelf. (Jonathan Wells, Icons of Evolution)

Wat is er gebeurd:

Science: Archaeopteryx kan ons waarschijnlijk niet veel vertellen over de oudste oorsprong van de veren en het vliegen bij de eerste vogels, want de Archaeopteryx is een moderne vogel. (Hank Hanegraaff, Fatal Flaws “What Evolutionists Don’t Want You To Know”, W Publishing Group, 2003 blz. 19)


Industriële kleuring van motten

Wat hadden ze gezegd:

Michael E. N. Majerus:“Het bekendste voorbeeld van evolutie in actie…

Wat is er gebeurd:

Een citaat uit The Daily Telegraph in 1999: “Evolutiedeskundigen geven stilletjes toe dat hun favoriete voorbeeld over de theorie van Charles Darwin, dus het stijgen en dalen van de verkleurde motten, steunde op een serie van wetenschapsvervalsingen.”


Homo Florensis (Floresmens – Hobbit):

Wat hadden ze gezegd:

BBC: De beenderen die door Australische wetenschappers opgegraven zijn in het gebied Liang Bua, betekenen een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de archeologie. Uit studies verricht over de tand, staartbeen en schedel, die 6 meter onder de grond gevonden zijn, bleek dat het wezen, net zoals de mens, rechtop stapte. Het nieuw wezen is vernoemd naar het eiland Flores waar het skelet gevonden werd: Homo floresiensis.

Wat is er gebeurd:

Het bleek echter dat deze overblijfsels toebehoren aan misvormde individuen van de Homo Sapiens.


Neanderthalers:

Wat hadden ze gezegd:

Darwinisten hadden beweerd dat de Neanderthalers een primitiever mensenras waren.

Wat is er gebeurd:

Erik Trinkaus:“Gedetailleerde vergelijking van het skelet van de overblijfselen van de Neanderthaler met de moderne mens laten zien, dat niets in de anatomie van de Neanderthaler zoals beweging, manipulatie, intellect en linguïstische mogelijkheden inferieur aan de moderne mens is.” (Erik Trinkaus, “Hard Times Among the Neanderthals”, Natural History, volume 87, december 1978, blz. 10; R.L. Holloway, “The Neanderthal Brain: What Was Primitive”, American Journal of Physical Anthropology Supplement, volume 12, 1991, blz. 94)

“Het belangrijkste bewijs dat zou aantonen dat de Neanderthalers in Noord-Europa leefden, is nu weerlegd. We moeten de prehistorie herschrijven.” (Tony Paterson, “Neanderthal Man ‘never walked in northern Europe”, 22 augustus 2004)

Dino-vogel (Archaeoraptor)

Wat hadden ze gezegd:

Christopher P. Sloan, schrijver voor National Geographic: “Net zoals we heel zelfzeker kunnen zeggen dat mensen zoogdieren zijn, kunnen we nu eveneens zeggen dat vogels therapoden (dinosaurussen) zijn.”

Wat is er gebeurd:

Alan Feduccia: De Archaeoraptor is nog maar het topje van de ijsberg. Er zijn veel nepfossielen in de wereld en ze hebben een donkere schaduw geworpen op het hele vak. Als je naar fossielententoonstellingen gaat, is het vaak moeilijk te bepalen welke fossielen echt zijn, en welke nep. Ik hoorde dat er een fabriek van nepfossielen is in Noordoost-China, in de provincie Liaoning, vlakbij de afzetting waar die zogenaamde gevederde dinosaurussen recentelijk gevonden zijn. Tijdschriften zoals Nature willen de echtheid van de exemplaren niet onderzoeken en de exemplaren worden meteen teruggebracht naar China, daarom kan niemand ze bestuderen. (Discover, februari 2003)


Junk-DNA

Wat hadden ze gezegd:

Prof Beyazıt Çırakoğlu: “Men denkt dat deze DNA-sequenties in de loop van de menselijke evolutie afval geworden zijn en niet meer gebruikt worden”.

Wat is er gebeurd:

Evan Eichler, een evolutionistische wetenschapper van de Universiteit van Cleveland: “De term “junk-DNA” is een reflectie van onze onwetendheid.”

HET BEDROG VAN DE DARWINISTEN DAT ''HET AANTAL CHROMOSOMEN VAN 48 NAAR 46 GEDAALD IS''

De stelling die lange tijd geopperd wordt door darwinisten dat “de 48 chromosomen van de apen nadat twee chromosomen gefuseerd raakten, gedaald zijn in aantal tot 46 en dat uiteindelijk de mens ontstaan is” kan voor sommigen behoorlijk bedrieglijk zijn. Want hoewel het verhaal wetenschappelijk gezien buitengewoon onlogisch is, is het volkomen simpel en kan het overtuigend overkomen bij mensen die niets weten over het onderwerp. Want dergelijke mensen zijn zich niet bewust van de bijzondere complexiteit en nauwgezetheid van een enkel gen en dat het geen toevallige wijzigingen of veranderingen toelaat. Belangrijker is dat ze niet weten dat DARWINISTEN ZELFS NOG NIET DE VORMING VAN EEN ENKEL EIWIT KUNNEN VERKLAREN.

Niet enkel genen, maar zelfs een enkel eiwit in de cel kan niet op vanzelf, toevallig ontstaan. Voor de vorming van een eiwit zijn er andere eiwitten en de cel zelf nodig. Genen zijn veel complexer dan eiwitten. Voor het ontstaan van genen zijn zowel eiwitten als alle celorganellen nodig. Door te speculeren over genen en fabeltjes te vertellen zonder nog een enkel eiwit te kunnen verklaren, kunnen darwinisten enkel kinderen bedriegen. Maar vandaag geloven zelfs kinderen niet in deze bedriegerijen.

Nog een bewijs hoe hopeloos de darwinisten zijn

De bewering van de darwinisten dat de 48 chromosomen van de apen, doordat er twee chromosomen fuseerden, met de tijd daalden tot 46, werd naar voor geschoven, vertrekkende van een ziekte bij mensen. Bij mensen is chromosoom 2 (de fusie waarbij twee chromosomen samensmelten) een genetische fout die maar bij een op de duizend voorkomt. De chimpansee heeft 48 chromosomen en de mens 46. Om een evolutionistische verklaring te bieden voor dit gigantisch verschil, komen darwinisten te voorschijn met de bewering dat chromosoom 2 bij de mensen een bewijs is voor een denkbeeldige gemeenschappelijke afstamming. Maar hierbij gebeurt geen evolutie. De fusie van menselijke chromosomen (dat twee chromosomen een worden) is geen evolutie, maar een ziekte die leidt tot miskramen en zelfs tot de dood. Het bekendste voorbeeld hiervan is het syndroom van Down. Volgens de wetenschappelijke experimenten die tot dusver uitgevoerd zijn, biedt deze fusie geen enkel voordeel, integendeel, ze zorgt voor ongezonde mutanten of onvruchtbare individuen. Dat geprobeerd wordt om een ziekte te presenteren als een bewijs voor evolutie, toont hoe hopeloos de darwinisten zijn.

MOEST DARWIN HET DNA KENNEN


Bovendien is het wijzen op het aantal chromosomen of de gelijkenissen tussen de genomen om het bedrog dat de mens geëvolueerd is van de chimpansee te verdedigen, uitermate onlogisch en ongegrond. Het menselijk genoom lijkt 75% op dat van de rondwormen en qua aantal chromosomen hebben de Peromyscus muizen, de aardappelen en de tabakplanten 48 chromosomen. Het aantal chromosomen van de mens is zoals bijvoorbeeld bij het konijn Lepus europaeus, 46. Dus dat het aantal chromosomen gelijk is, betekent niet dat er gelijkenissen zijn. Dat een enkel gen verschillend is, terwijl het aantal chromosomen gelijk is, kan ervoor zorgen dat dat organisme een heel ander wezen wordt. Dus op basis van deze criteria lijkt de mens evengoed op een aardappel of een tabakplant, als op een chimpansee.

Allah (God) heeft de valse religie van het darwinisme geschapen als vernietigd en verslagen. De aanhangers van deze bewijsloze theorie trachten met zulke absurde bedriegerijen onwetenden naar hun kant te lokken. Om zich niet te laten vangen aan dit bedrog moet ons volk zeer goed weten dat darwinisten zelfs niet het ontstaan van leven kunnen verklaren, hulpeloos zijn tegenover en geen verklaring hebben voor een enkel eiwit en dat er geen enkel fossiel bewijs bestaat voor hun beweringen. Wat darwinisten vertellen, zijn niets meer dan speculaties die op bedrog steunen.

HET IS EEN TECHNISCH FEIT DAT WIJ IN DIALOOG ZIJN MET DE KOPIE VAN HET WERELDSE LEVEN IN ONZE HERSENEN.

Alle verschillende kwaliteiten, alle eigenschappen en dingen die we weten die tot de wereld behoren waarin we leven, leren we door middel van tussenkomst van onze zintuigen. De informatie die ons bereikt door middel van onze zintuigen, worden na een reeks procedures omgezet in elektrische signalen en deze signalen worden door de betreffende punten in onze hersenen geïnterpreteerd. Door de uitkomst van de interpretatie van onze hersenen zien we bijvoorbeeld een boek, proeven we een aardbei, ruiken we lindebomen, voelen we een fluwelen stof of horen we het geritsel van bladeren in de wind

Door de verkregen ingeving denken we dat we een kledingstof aanraken om ons lichaam heen, dat er een boek 30 cm van ons afligt, de geur van lindebomen ruiken op meters afstand en dat we geritsel van bladeren boven ons horen. Echter, de opgenoemde dingen zijn allemaal gebeurtenissen die allemaal in onszelf plaatsvinden. Van het aanzicht van het boek tot het geritsel van de bladeren aan toe, alles vindt plaats in onze hersenen.

Op dit punt komen we nog een verrassend feit tegen: In onze hersenen bevinden zich in werkelijkheid geen kleuren, geluiden of beelden. Het enige wat wij in onze hersenen kunnen vinden zijn elektrische signalen. Dit is geen filosofisch standpunt maar een wetenschappelijke verklaring van de werking van onze waarnemingen. Als voorbeeld beschrijft Rita Carter, die schrijft over de wetenschap, in haar boek “Mapping The Mind” (een landkaart maken van het verstand) het volgende over hoe we de wereld waarnemen:

Elk zintuig is zo geschapen dat ze antwoord geven aan een stimulatie wat voor hun bestemd is. Deze stimulaties bestaan uit moleculen, golven en trillingen. Ondanks alle verscheidenheid vervullen de zintuigen in het algemeen dezelfde taak: Ze zetten de voor hun bestemde stimulaties om in elektrische signalen. Een stimulatie is slechts een stimulatie, het is geen rode kleur of een muzieknoot van Beethoven, het is slechts elektrische energie. In plaats van dat ze een bepaalde zintuigwaarneming tot iets anders maken dan de rest, maken onze zintuigen alle waarnemingen tot hetzelfde iets, namelijk elektrische signalen.

Alle stimulaties van de verschillende zintuigen gaan dus ten opzichte van elkaar als verschillende elektrische stromen de hersenen in en waarschuwen de daar aanwezige zenuwcellen. Dat is alles wat er gebeurt. Er is geen systeem wat de elektrische signalen weer terug kan draaien in lichtgolven of moleculen. De omzetting van een elektrische stroom naar bijvoorbeeld een beeld of een geur, hangt af van welke zenuwcellen er worden beïnvloed. (Rita Carter, Mapping The Mind, University of California Press, London, 1999, p. 107)

De boven genoemde informatie richt de aandacht naar een belangrijk onderwerp: Alle onze waarnemingen in de wereld zoals; gevoel, beeld, smaak en reuk, komen van dezelfde materie, namelijk van elektrische signalen. De hersenen zorgen er echter voor dat deze elektrische signalen voor ons betekenisvol worden, omdat ze de signalen interpreteren als geur, smaak, beeld, geluid en aanraking. Het is een groot wonder dat deze orgaan, dat slechts een vochtig stuk vlees is, kan interpreteren welk elektrisch signaal uiteindelijk een geur en welke een beeld wordt, met andere woorden; dat het uit dezelfde materie (elektrische signalen) de verschillende zintuiglijke waarnemingen en gevoelens kan laten ontstaan.

Hoe nemen we de wereld waar?

Doordat wij ons hele leven niets anders gewend zijn, denken we dat we de wereld zien met onze ogen en worden onze ogen soms wel eens “kijkers” genoemd. Echter, de wetenschappelijke verklaringen omtrent het zien zijn in werkelijkheid anders; we zien namelijk niet met het oog. Onze ogen en de miljoenen zenuwcellen die aan onze ogen verbonden zijn vervullen slechts de functie van een ‘kabel’ die de boodschappen naar de hersenen overbrengen waardoor we kunnen zien. Als we als voorbeeld naar een paar spelende kinderen in een park kijken, zien we de kinderen en het park niet met onze ogen, want het beeld van dit tafereel speelt zich niet voor onze ogen, maar achterin onze hersenen af.

Elk mens ziet zijn leven lang alles in zijn hersenen en zal nooit het originele bereiken van wat hij ziet. Wat er wordt gezien zijn kopieën in onze hersenen van beelden die zich buiten bevinden. Hoe het origineel van deze kopieën eruit ziet weten we echter niet.

Het realisatie van het hoorproces is hetzelfde als die van het zien. Met andere woorden, we horen de geluiden binnen in onze hersenen net als we de beelden die tot de buitenwereld horen binnen in onze hersenen zien. De buitenste oor verzamelt de geluidsgolven in de oorschelp en leidt deze naar het middenoor. Het middenoor versterkt deze geluidstrillingen en leidt ze op zijn beurt weer naar het binnenoor. Het binnenoor zet de trillingen om in elektrische signalen en stuurt het naar de hersenen. Na een paar tussenstops in de hersenen worden deze boodschappen naar het gehoorcentrum geleid, waar ze verwerkt en geïnterpreteerd worden. Zodoende wordt het hoorproces in het gehoorcentrum van de hersenen gerealiseerd.

De werking van onze reukwaarneming, lijkt op de werking van onze andere zintuigen. De functie van de buitenkant van onze neus is het als een kanaal naar binnen trekken van de lucht moleculen. De luchtmoleculen zoals bijvoorbeeld vanille- en rozengeur, komen in het reukepitheel, en treden in wisselwerking met de daar aanwezige haartjes die dienst doen als ontvangers. Na deze wisselwerking worden deze luchtmoleculen omgezet in elektrische signalen en bereiken ze de hersenen. Onze hersenen interpreteren deze elektrische signalen als een geur.

Net als alle andere zintuigen, speelt het gevoel van aanraking ook in de hersenen af. Met andere woorden, als we iets aanraken interpreteren onze hersenen of het hard, zacht, nat, plakkerig of fluweelachtig is. De stimulaties die onze vingertoppen bereiken, worden als een elektrische signaal naar de hersenen gestuurd en de hersenen interpreteren deze signalen als zijnde een aanraking. Stel je voor je raakt een oneffen oppervlak aan, dan weet je in werkelijkheid niet of het echt oneffen is of hoe een oneffen oppervlak aanvoelt. Je kunt namelijk nooit het origineel van het oneffen oppervlak aanraken, het gevoel dat het oneffen aanvoelt wordt immers via de ontvangen signalen zo geïnterpreteerd in de hersenen.

De smaakwaarneming is ook ongeveer hetzelfde te verklaren als alle andere zintuiglijke waarnemingen. Aan de voorkant van de mensentong bevinden zich vier verschillende smaakreceptoren, deze onderscheiden zoute, zoete, zure en bittere smaken. De smaakreceptoren zetten na een reeks procedures deze waarnemingen over in elektrische signalen en sturen het naar de hersenen. Deze signalen worden in de hersenen als een smaak geïnterpreteerd. De smaak die je verkrijgt als je bijvoorbeeld een taart, yoghurt of fruit eet, is in feite de interpretatie van de desbetreffende elektrische signalen in de hersenen.

We zullen nooit het originele kunnen bereiken van de wereld dat zich afspeelt in onze hersenen

De bergen, valleien, bloemen, mensen, zeeën, kortom alles wat we zien en wat er tot nu toe is besproken, bevestigt dat Allah bestaat, uit het niets schept en dat alle bestaan is geschapen. De mensen zullen echter nooit het origineel van al dit bestaan met de zintuigen kunnen zien, voelen of horen. Wat ze zien en voelen zijn slechts de kopieën van al het bestaan in de hersenen. De materie is een illusie, zeggen dat de materie een illusie is, betekent niet dat de materie er niet is. Integendeel, er is een materiële wereld, ook al zien we het wel of niet. Wij zien deze wereld als een kopie in onze hersenen, met andere woorden, we zien het als een interpretatie van onze waarnemingen en daarom is de materie voor ons een illusie. Laten we als voorbeeld iemand nemen die in een stoel via het raam naar buiten kijkt. Hij voelt de hardheid van de stoel en de gladheid van het oppervlak ervan in zijn hersenen. De geur van koffie uit de keuken bijvoorbeeld, ook dat speelt zich af in de hersenen. Het zeeaanzicht, de vogels en bomen die hij via het raam ziet, zijn allemaal beelden, die in de hersenen worden gevormd. De vriend die hem koffie aanbiedt en de lekkere smaak van de koffie wordt ook allemaal gevormd in de hersenen. Kortom, de persoon die denkt dat hij in de huiskamer zit en via het raam het tafereel buiten bekijkt, ziet de huiskamer en het tafereel buiten, in werkelijkheid in de monitor van zijn hersenen. Wat de mens “mijn leven” noemt, is dus het totaal van alle waarnemingen die logisch bij elkaar zijn gebracht in de monitor van de hersenen en de mens zal nooit buiten zijn hersenen kunnen treden.

We zullen nooit weten hoe het origineel eruitziet van de materie die buiten onze “monitor” aanwezig is. Is het origineel daarbuiten hetzelfde zoals we zien? Is het groen van een blad bijvoorbeeld daarbuiten ook hetzelfde, we kunnen het niet weten. We kunnen ook bijvoorbeeld niet weten of de smaak van een snoepje dat we eten in werkelijkheid zo is of dat deze smaak slechts voortkomt uit een waarneming van onze hersenen, we zullen hier niet achter kunnen komen.

Ben jij in de kamer, of is de kamer in jouw?

Eén van de factoren dat de mensen verhindert te begrijpen dat alles wat ze zien een waarneming in de hersenen is, is dat ze hun eigen lichaam in dit beeld zien. Ze denken in de foute trant van; “Omdat ik in de kamer ben is het duidelijk dat de kamer niet een beeld is in mijn hersenen”. Deze vergissing komt voort uit het feit dat ze vergeten dat ze slechts te maken hebben met het beeld van hun lichaam. Net zoals de beelden die we zien slechts bestaan uit een kopie, bestaat ons lichaam ook uit een kopie afgebeeld in onze hersenen. Nu zie je bijvoorbeeld het deel van je lichaam beneden je hals terwijl je op een stoel zit. Dit beeld komt voort middels hetzelfde systeem waarin we ook andere dingen zien. Als je een hand op je been legt, speelt dit gevoel zich ook in de hersenen af. Met andere woorden, je ziet het lichaam dat in je hersenen wordt gevormd en je voelt in je hersenen dat je je been aanraakt.

Doordat je lichaam dus ook een beeld is in je hersenen, is het antwoord op de dikbedrukte vraag boven de alinea hierboven duidelijk; “de kamer is in jouw”. Zodoende zie je dus ook het beeld van je lichaam dat zich in het beeld van de huiskamer in je hersenen bevindt.

We kunnen dit met nog een voorbeeld verduidelijken. Stel je eens voor dat je op de lift wacht en als de lift is gekomen zit ook je buurman in die lift. Je stapt in de lift, ben jij nu in de lift of is de lift in jou? Het antwoord is als volgt; de lift is samen met het beeld van je buurman en het beeld van je eigen lichaam in je hersenen.

Kort samengevat, wij kunnen nooit ergens “in” zitten. Alles wordt gevormd in onszelf, oftewel in onze hersenen. Het verandert niets aan de zaak of we de maan, zon, sterren, een vliegtuig of iets anders zien dat miljoenen kilometers van ons is verwijderd. De zon en de maan zijn net als het boek op je tafel, kopie beelden gevormd in het kleine zichtcentrum van je hersenen.

De waarheid achter de materie bevatten, zal de mens tot het geloof leiden

De mensen die inzien dat ze hun leven lang beelden zien die worden getoond aan hun geest, zullen zeker geloven dat het Allah is die èn hun geest en de continu getoonde beelden heeft geschapen.

Sommige mensen willen het geheim van de materie kost wat het kost niet aanvaarden, een reden hiervoor is dat ze dan de grootheid van Allah en hun eigen nietigheid moeten inzien en dat niet willen aanvaarden. Ook al willen deze mensen dit niet aanvaarden, er is een onfeilbare feit: Alles in de hemelen en op aarde is van Allah en een manifestatie van Hem. De enige absolute entiteit is Allah en de andere entiteiten geschapen door Allah zijn geen absolute entiteiten maar beelden. De “ikken” die de door Allah geschapen beelden volgen, namelijk de mensen, zijn geesten van Allah.

Als deze grote wetenschappelijke geheim wordt begrepen, zal het bewustzijn van de mensen zeer scherp en helder worden, de geestelijke troebele nevel waarmee de mens was omringd zal verdwijnen. Iedereen die het begrijpt zal zich vrijwillig aan Allah overgeven, van hem houden en hem tevens vrezen. Ook zal de trots en arrogantie van de mensen verdwijnen en hiervoor in de plaats zal een gevoel van schaamte en nederigheid komen. Dit is wat Allah ook van de mensen wilt. Degenen die dit confronterende feit begrijpen, zullen een ander standpunt innemen en aan een nieuw leven beginnen. Zodoende zullen ze de grootsheid van Allah waarderen zoals het hoort en zich distantiëren van degenen waarover als volgt wordt gesproken in de Koran: Zij waarderen Allah niet volgens Zijn Waardigheid. De gehele aarde zal in Zijn greep zijn op de Dag der Opstanding, en de hemelen zullen worden opgerold in Zijn hand. Glorie zij Hem en verheven is Hij boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.(Koran39:67)

Een grote Islam geleerde Muhyiddin Arabi, heeft in een uitspraak waarin hij een hadith van onze profeet (vzmh) overdroeg, het aardse leven op een droom laten lijken.

Profeet Mohammed vrede zij met hem heeft gezegd; “de mensen zijn in een droom en worden wakker met de dood”. Dat betekent dus dat iemand die de dingen ziet in het aardse leven, hetzelfde is als iemand die de dingen ziet in zijn droom. Het is dus een verbeelding.(Fusus-ül Hikem, çev. Nuri Gencosman, İstanbul 1990, p. 220)

Er is achter het raam een tafereel te zien. Maar de mens die naar het tafereel achter het raam kijkt, ziet in feite niet het tafereel buiten, maar het tafereel wat zich in zijn eigen hersenen afspeelt.

Het beeld van een landschap dat voortkomt uit een elektrisch signaal

De stimulaties die het oog bereiken, worden via de cellen in het oog omgezet in een elektrisch signaal en geleid naar het zichtcentrum achter in de hersenen. Een “bewustzijn” in de hersenen interpreteert deze elektrische signalen als een landschap.

Iemand die zichzelf in zijn droom op een winterochtend buiten in de tuin ziet zitten, kan voelen dat hij het door de wind koud heeft en zich zelfs voelen trillen. Echter, waar hij zich bevindt is geen wind en ook geen kou aanwezig, hij slaapt zelfs in een warme kamer. Desondanks beleeft hij het gevoel van kou in alle werkelijkheid. Er is geen verschil in het gevoel van kou dat hij beleeft in het aardse leven of in zijn droom.

Je zult nooit van je leven de kamer in je hersenen kunnen verlaten

Stel je eens voor dat je een pikdonkere kamer ingaat, waarin zich een grote televisiemonitor bevindt. Als je het leven buiten deze kamer alleen via deze monitor binnen de kamer kon zien, zou je na een tijdje uit verveling deze kamer willen verlaten en echt naar buiten willen gaan.

De situatie waarin je je nu bevindt is niet anders. In een pikdonkere “schedelkamer” zie je je leven lang de beelden die zich buiten afspelen. Echter je bekijkt deze beelden in de monitor van je hersenen zonder je te vervelen en zonder deze kleine ruimte een ogenblik te verlaten. Bovendien zou je nooit geloven als men tegen je zei dat je alles via een monitor ziet. Het beeld wat je ziet is immers zo geloofwaardig, dat miljarden mensen, duizenden jaren lang niet achter deze grote waarheid zijn gekomen.

EVOLUTIONISTEN KUNNEN HET ALTRU?ME VAN POTVISSEN NIET VERKLAREN

Eén van de onderwerpen die niet verklaard kunnen worden door de evolutietheorie, die in de 19de eeuw geponeerd werd door Charles Darwin, maar die vandaag volledig weerlegd is, zijn de voorbeelden van ‘altruïsme bij dieren’.

Volgens Darwins onwetenschappelijke bewering, is het leven gebaseerd op een strijd tussen de zwakkeren en de sterkeren. Volgens deze foute theorie bestaat er een natuurlijke selectie doordat de sterkeren in leven blijven en de zwakkeren geëlimineerd worden. Door deze eliminatie verdienen de sterksten en gezondsten om te leven. Dit is een strijd om te overleven waarbij de sterkeren gedoemd zijn om te winnen en de zwakkeren om te verdwijnen.

Is dit werkelijk het geval? Het antwoord ligt in het gedrag van levende wezens. In tegenstelling tot de beweringen van evolutionisten, tonen onderzoeken over het leven van dieren ons bijzonder verrassende en buitengewoon mooie voorbeelden van altruïsme en solidariteit. Het Altruïstisch en coöperatief gedrag van levende wezens toont nog eens op een zeer duidelijke manier de ongeldigheid van de evolutietheorie en is ook bewijs van een zeer belangrijk feit: Allah heeft het hele universum geschapen met Zijn verheven macht en eerbiedwaardigheid en alle levende wezens handelen met de inspiratie van onze Schepper, Allah.

Een van de voorbeelden van altruïsme in levende wezens, dat niet verklaard kan worden door evolutionisten, is de potvis die zijn kalveren achterlaat bij een zorgverlener wanneer zij voedsel gaat zoeken.

Wetenschappers van de universiteiten van St. Andrews, Durham en Dalhousie hebben bekendgemaakt dat potvissen een taakverdeling maken onder zichzelf om voor de nakomelingen te zorgen van zij die gaan jagen. De potvissen die hun kalveren toevertrouwen aan soortgenoten, omdat deze geen lange tijd onder water kunnen blijven en niet in diepe wateren kunnen zwemmen, duiken 700 meter diep om te jagen. Ondertussen wordt in een nabij gebied op hun kalveren gepast, zodat deze beschermd worden tegen de orka’s.

De potvissen zijn de grootste van de vrouwelijke walvissen, met een lengte van maximaal 20 meter en een gewicht tot 50 ton. Maar de gigantische potvissen zijn ook zeer zelfopofferend. Om hun kalveren te voederen, maken ze een aantal regelingen. Ze handelen zowat bewust, beseffende dat hun kalveren gevoed en beschermd moeten worden tegen de orka’s. Volgens Darwins theorie moesten de potvissen alle kalveren verlaten en enkel hun eigen leven verzekeren, maar potvissen zorgen zowel voor hun eigen nakomelingen als voor de andere potviskalveren. Zelfs wanneer zij zelf in gevaar zijn, denken ze voornamelijk aan de veiligheid van de jongen. De potvis vertoont een compassie, genade en zelfopoffering, die niet verklaard kunnen worden door de evolutionisten.

Waarom handelt de potvis met het instinct om haar kalveren te beschermen? Hoe weet ze wat haar jong nodig heeft? Hoe weet ze dat ze in gevaar zijn en waarom vertoont ze een groot voorbeeld van zelfopoffering om dit gevaar te verkleinen? Het is onmogelijk dat een onbewust dier deze kenmerken vanzelf vertoont. Onze Barmhartige Heer laat eigenschappen zoals compassie, genade, liefde en zelfopoffering manifesteren in de dieren. Hij is Allah, de Enige Eigenaar van liefde, compassie en genade. Allah schept deze voorbeelden, opdat we zouden nadenken, begrijpen dat alles op aarde en in de hemel toebehoort aan onze oneindig barmhartige Heer en vatten dat Zijn Eerbiedwaardige Persoon alles onder Zijn controle houdt en de Enige Machtige is. Alle mensen die over een verstand en geweten beschikken, zullen zonneklaar beseffen dat deze gedragingen enkel het product kunnen zijn van de wil van Allah, de Heerser over al het leven. Want zoals Allah in de Koran openbaart:

En in de schepping van uzelf en alle medeschepselen, die Hij verspreidt (over de aarde), zijn tekenen voor een volk dat zekerheid van geloof wil hebben. (Soera al-Djaasija, 4)

DE ENDOSYMBIONTENHYPOTHESE

Deze hypothese werd in 1970 naar voren werd geschoven door Lynn Margulis. Margulis beweerde dat bacteriële cellen door parasitair en symbiotisch samen te leven, veranderden in dierlijke en plantaardige cellen. Volgens deze hypothese zijn plantencellen ontstaan doordat een fotosynthetische bacterie ingeslikt werd door een andere bacteriecel. De fotosynthetische bacterie evolueerde zogezegd verder in de gastheercel en veranderde in een chloroplast. Ten slotte evolueerden in deze cel op een of andere manier enorm complexe organellen zoals de celkern, het Golgi-apparaat, het endoplasmatisch reticulum en het ribosoom. Zo kwamen de plantencellen tot stand.

Deze hypothese is niets meer dan een verzonnen waanidee. Ze wordt bovendien in veel opzichten bekritiseerd door een groot aantal wetenschappers die beschouwd worden als een autoriteit op dit gebied – bijvoorbeeld D. Lloyd 1, Gray en Doolittle 2, Raff en Mahler.

De endosymbiontenhypothese is gebaseerd op het feit dat de chloroplasten in de cel hun eigen DNA bezitten, apart van dat van de eigenlijke cel. Gebaseerd op dit onderscheid, wordt beweerd dat de mitochondriën en chloroplasten ooit onafhankelijke cellen waren. Wanneer de chloroplasten grondig onderzocht worden, wordt de nietigheid van deze bewering duidelijk.

De volgende punten weerleggen de endosymbiontenhypothese:

1) Als de chloroplasten echt opgeslokt zouden geweest zijn door een grotere cel toen deze nog onafhankelijk leefden, zoals beweerd wordt, dan zou het enige resultaat geweest zijn dat de gastheercel ze zou verteren en gebruiken als voedsel. Zelfs als we veronderstellen dat de gastheercel deze cellen per ongeluk opslokte in plaats van voedsel, zou de gastheercel deze cellen verteren met zijn enzymen. Natuurlijk kunnen sommige evolutionisten dit punt proberen te verdoezelen door te beweren dat “de verteringsenzymen verdwenen waren”. Maar dit is een duidelijke tegenstrijdigheid. Als de verteringsenzymen verdwenen zouden zijn, zou de gastheercel gestorven moeten zijn door gebrek aan voedsel.

2) We nemen nogmaals aan dat al deze onmogelijke gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en dat de cellen waarvan beweerd wordt dat ze de voorlopers zijn van de chloroplasten, opgeslokt werden door de gastheercel. Deze keer staan we voor een ander probleem: de bouw van alle celorganellen staat gecodeerd in het DNA. Als de gastheercel de andere cellen die ze inslikte, wil gebruiken als organellen, moet ze ook vooraf beschikken over de informatie over hen als code in haar DNA. Het DNA van de opgeslokte cellen zou zelfs informatie moeten bevatten over de gastheercel. Zoiets is uiteraard onmogelijk; geen enkel levend wezen draagt de genetische informatie van een organel dat ze niet heeft. Het is ook onmogelijk dat het DNA van de gastheercel en het DNA van de opgeslokte cel zich achteraf aan elkaar “aanpassen”.

3) Er is een enorme harmonie binnen de cel. De chloroplasten handelen niet onafhankelijk van de cellen waartoe ze behoren. Net zoals de chloroplasten bij de eiwitsynthese afhankelijk zijn van het eigenlijke DNA, beslissen ze niet zelf om zich te vermenigvuldigen. Het aantal chloroplasten en mitochondria in een cel is meer dan één. Net zoals de andere organellen, stijgt of daalt hun aantal naargelang de activiteiten van de cel. Het feit dat deze organellen hun eigen DNA hebben, is vooral voordelig als het gaat om vermenigvuldiging. Omdat grote aantallen chloroplasten zich tijdens de celdeling in twee delen en zo verdubbeld worden, gebeurt de celdeling sneller en efficiënter.

4) Chloroplasten zijn van vitaal belang als energiegenerators voor de plantencel. Als deze organellen niet in staat zijn om energie te produceren, kunnen vele functies van de cel niet doorgaan en dit betekent dat dit organisme niet kan overleven. Deze functies die zeer belangrijk zijn voor de cel, vinden plaats dankzij de eiwitten gesynthetiseerd in de chloroplasten. Maar het eigen DNA van de chloroplasten volstaat niet om deze eiwitten te synthetiseren. Een groot deel van de eiwitten worden gesynthetiseerd gebruikmakend van het eigenlijke DNA van de cel.3

Het is absoluut onmogelijk dat deze harmonie ontwikkeld is door trial and error. Geen willekeurige wijziging in het DNA-molecule kan een nieuw kenmerk tot stand laten komen, deze zullen juist schadelijk zijn. Mahlon B. Hoagland, legt deze toestand in zijn boek The Roots of Life uit met de volgende woorden:

Je zult je herinneren dat een verandering in het DNA van een organisme bijna altijd schadelijk is; dat wil zeggen dat ze ertoe leiden dat de overlevingskansen verminderen. Om een vergelijking te geven: het willekeurig toevoegen van zinnen aan de toneelstukken van Shakespeare zal deze hoogstwaarschijnlijk niet beter maken… Het beginsel dat wijzigingen in het DNA schadelijk zijn en de overlevingskansen doen dalen, is zowel geldig als het gaat om een wijziging veroorzaakt door een mutatie, als wanneer we er bewust een aantal vreemde genen aan toevoegen.4

Evolutionisten baseerden hun beweringen niet op wetenschappelijke experimenten of uitslagen daarvan. Want een verschijnsel zoals dat een bacterie een andere bacterie opslorpt, is nog nooit waargenomen. De moleculair bioloog Whitfield beschrijft de situatie:

Prokaryotische endocytose [proces waarbij een levende cel stoffen inneemt] is het cellulair mechanisme waar de hele endosymbiontenhypothese waarschijnlijk op berust. Als een prokaryoot geen andere prokaryoot kan verzwelgen, is het moeilijk om voor te stellen hoe de endosymbiose kan gesticht zijn. Spijtig genoeg bestaat geen enkel modern voorbeeld van prokaryotische endocytose of endosymbiose.5

De Amerikaanse bioloog L. R. Croft zegt hier het volgende over:

Het is helemaal niet wetenschappelijk om zoiets te beweren terwijl dat nooit waargenomen is dat een bacterie een andere bacterie opslokt. Bovendien kunnen organellen zoals de chloroplasten, de ribosomen, de mitochondria en de lyzosomen niet overleven als ze uit elkaar gehaald of geïsoleerd worden uit de cel.6

Er bestaat geen voorbeeld van een bacterie die na verzwolgen te worden door een andere, intact blijft, zonder verteerd te worden en die “bijdraagt” tot de vorming van een cel die nog complexer is van aard. Een dergelijke relatie tussen twee bacteriën is niet aangetoond in een laboratorium. Dit betekent dat dergelijke organisme niet leven in de natuur of in een proefbuis, maar enkel in het hoofd van de evolutionisten. In werkelijkheid zijn de genen van eukaryote cellen helemaal anders dan de genen van de prokaryoten en er bestaat geen evolutionair verband tussen beide. D.F. Doolittle bekent in een artikel in de Scientific American:

… Een groot aantal eukaryote genen zijn wezenlijk anders dan die gezien in Prokaryoten en Archaea. Ze lijken uit het niets te komen.7

1 D. Loyd, The Mitochondria of Microorganisms, 1974, p.476
2 Gray & Doolittle, “Has the Endosymbiant Hypothesis Been Proven?” Microbilological Review, vol. 30, 1982, p.46
3 Wallace-Sanders-Ferl, Biology: The Science of Life, 4th Edition, Harper Collins College Publishers, p.94
4 Mahlon B. Hoagland, Hayatın Kökleri, TÜBİTAK 12.Basım, Mayıs 1998, p.153
5 Whitfield, “Book Review of Symbiosis in Cell Evolution”, Biological Journal of Linnean Society, vol 77-79 1982, p.18
6 L.R. Croft, How Life Began, Evangelical Press, 1988, p.93-94
7 W. Ford Doolittle, “Uprooting the Tree of Life,” Scientific American, 282:90, February 2000.